Zijn vegetariërs radicaal?
Wie consequent vegetarisch of veganistisch eet, zal deze situatie wel herkennen: je bent uitvoerig aan het uitleggen waarom je geen dieren of dierlijke producten wil eten, je hoopt dat de kracht van je argumenten de ander met verstomming zal slaan, en ineens gebeurt het. Je gesprekspartner onderbreekt je en noemt je radicaal. Overdreven. Extreem. En daar sta je dan, met je mond vol tanden en tofu, want hoe reageer je op dat verwijt? Zonder dat de ander in zijn indruk bevestigd wordt?
Van de ondergrond naar de buitenkant
‘Radicaal’ betekent ‘zeer ingrijpend, drastisch, verregaand, volkomen’ en gaat terug op het Latijnse woord voor wortel: radix. Wie radicale veranderingen wil, wil het probleem aanpakken bij de wortel. De kleur van de bloemblaadjes, stamper of meeldraden interesseren hem niet. Het gaat over de manier waarop de wortelvertakkingen verankerd zitten in de grond. Als mensen elkaar vragen of ze zichzelf niet wat te radicaal vinden, bedoelen ze wat anders. Ze bedoelen er niet mee of ze zich gemakkelijk laten verplanten. Dat komt doordat het woord ‘radicaal’ stilaan hetzelfde is gaan betekenen als ‘extreem’. Nochtans ziet de oorspronkelijke betekenis van dat woord er wel anders uit. Het Latijnse ‘extremus’ was eigenlijk de overtreffende trap van ‘exterus’ (buiten gelegen). Het betekende dus ‘meest buiten gelegen’ of ‘uiterst’.
Is het niet vreemd dat we een woord dat oorspronkelijk verwees naar de wortels, zijn beginnen te verwarren met een woord dat verwees naar wat het meest aan de buitenkant ligt? Moet je niet al sterk bijziend zijn om het verschil niet op te merken? Misschien. Maar waarschijnlijk is het verdict milder. Als we geconfronteerd worden met gewoonten die extreem ver liggen van wat wij als ‘normaal’ beschouwen, kan het gebeuren dat we ons aangevallen voelen. We beschouwen het vreemde gedrag van de ander dan in de eerste plaats als een aanval op ons eigen gedrag en dus op onszelf. We kunnen wachten tot dit ongemakkelijke gevoel wegebt, maar soms ontbreekt ons het geduld en gaan we meteen in de tegenaanval. Dan noemen we de ander plots ‘radicaal’. Eigenlijk bedoelen we daarmee: zo extreem dat er geen gesprek mogelijk is. De twee begrippen worden op een hoop gegooid en het eerste wat komt bovendrijven, wordt eruit gevist. ‘Radicale extremist’ wordt ineens een even groot pleonasme als ‘witte sneeuw’.
Leve de middenmoot?
Het antwoord op de vraag ‘Vind je jezelf radicaal?’ hoort te beginnen met ‘Neen’. Neen, natuurlijk vind ik mezelf niet radicaal. Ik vind mezelf heel normaal, modaal, gematigd, gemiddeld. Wie de extreme kapsels, de loeiharde muziek en de ongecontroleerde gevoelens uit zijn puberteit is ontgroeid, hoort niet radicaal te zijn. Radicaliteit is onvolwassen. Het boezemt geen vertrouwen in, want de kans op frontale botsingen is minder hoog met wie lekker gematigd is. Als je niet goed oplet, rollen ook de neefjes van de gematigdheid eruit: ik kies liever voor de gulden middenweg en denk erg genuanceerd. En dan moet het pronkstuk van de gematigdheid nog komen: de waarheid zal wel in het midden liggen.
Een heel middelmatige waarheid
Dat laatste is vreemd, want wat het ‘midden’ is, wordt louter bepaald door de willekeur van de standpunten die door de verschillende partijen worden verdedigd. Dat maakt van de waarheid plots een heel rekbaar, en vooral relatief begrip. Een voorbeeld: Joop de Misantroop en Baptist de Racist gaan samen uit eten en bespreken hoe ze het probleem van de groeiende wereldbevolking zullen oplossen. Alle burgers dood, stelt Joop voor, maar Baptist ziet dat anders: alle kleurlingen dood. Ze discussiëren een uur lang, tot daar ineens Gemiddelde Jan binnenloopt en besluit een einde aan de discussie te maken. En omdat de waarheid in het midden ligt, wordt beslist alle kleurlingen en de helft van de niet-kleurlingen te doden.
Een extreem voorbeeld, waarbij we allemaal wel begrijpen dat er iets schort aan het principe van de gulden middenweg. Tot het over vlees, melk en eieren gaat. Dan viert de gematigdheid plots hoogtij: een paar keer per week vlees schrappen, dat lukt nog net. Helemaal geen vlees is al een beetje radicaal. En als je ook nog eens de rest van de dierlijke producten schrapt, vlieg je toch echt wel uit de bocht. De meest verdedigbare optie kan onmogelijk zo ver van de meest verdedigde opinie liggen.
Het vangnet voor geluk
Is het toeval dat de uitspraak dat de waarheid in het midden ligt, zo vaak en zo graag gebruikt wordt? Of is er grondig onderzoek gebeurd naar een statistisch significante relatie tussen ‘het midden’ (tel standpunt A bij standpunt B en deel dat netjes door 2) en wat wij algemeen onder ‘waarheid’ verstaan? Moeilijk te zeggen, want wat ‘waar’ is, staat in geen enkel woordenboek, encyclopedie of rode boekje. Maar misschien is er een uitweg. Als de waarheid niet lijkt te bestaan, kunnen we haar zelf definiëren. Door te bepalen waar ‘het midden’ ligt, bijvoorbeeld. Dat is het principe van de democratie, en dat is ook wat politici bedoelen als ze beweren dat de kiezer altijd gelijk heeft.
We zouden dus op zoek moeten gaan naar het gemiddelde van de meer dan zes miljard meningen die tegenover en naast elkaar liggen. De waarheid ligt nu binnen handbereik, met de democratie als het gedroomde vangnet . Al speelt die droom zich zonder dat we het weten misschien af in een donker, koud bos waar hongerige alleseters op de loer liggen. Misschien zijn we nu te hard voor de democratie. Tenslotte zeggen niet alle politici dat de kiezer altijd gelijk heeft, en sommigen noemen het het minst slechte systeem, wat wel wat anders is dan het vangnet voor de waarheid. Als we de democratie niet overboord willen gooien, zullen we haar dus een stuk bescheidener moeten maken. We gebruiken de woorden ‘waarheid’ en ‘democratie’ nu niet meer in dezelfde zin. We hebben het in de plaats daarvan over ‘geluk’ en ‘democratie’. De democratie zegt ons welke beslissing het grootste geluk zal genereren. Daar valt weinig tegen in te brengen.
Voldoende democratisch?
Maar is de democratie wel democratisch genoeg? Telt iedereen even hard mee? Wordt elke stem even goed gehoord? Werpt elk bezwaar evenveel gewicht in de schaal? Als het antwoord ‘neen’ is, kruipen die verdedigers van onze middelmatige democratie, hoe bescheiden ook, vast van schaamte terug in hun schelp. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat een varken het liefst van al per 250 gram over de toonbank in de slagerij geschoven wordt. Dat het varken daar geen zeggenschap over heeft, heeft maar één oorzaak: het heeft geen stem gekregen. En hoewel het nog wel al is voorgekomen dat een soort selectief empathisch vermogen een stem verzint voor de stemloze wezens (zoals baby’s), is dat geluk de varkens nog niet te beurt gevallen. De koeien ook niet. En de kippen, de kalkoenen, de zalmen, de schapen, de fazanten of de sardienen ook niet.
Wie heeft dat zo bepaald? Wie is op zoek gegaan naar rationele gronden om een onderscheid te maken tussen wie mag deelnemen aan de Grote Democratie en wie niet? Alles wel beschouwd zijn de criteria opmerkelijk eenvoudig gebleken, zo eenvoudig zelfs dat we ze kunnen samenballen tot één enkel criterium: mens zijn. En hoewel er mensen zijn die het criterium graag wat verscherpt zagen, gaan er vandaag weinig stemmen op om het uit te breiden. Misschien ligt dat aan het feit dat we ons bij een democratie nog altijd een Agora voorstellen; een open plaats waar volksvergaderingen werden gehouden waarbij alle aanwezigen de kans kregen zich te laten horen. Toegegeven, je ziet er niet meteen ook varkens, koeien, kippen en kalkoenen plaatsnemen. Maar wat als dat enkel wil zeggen dat we onze visualisatie van ‘democratie’ moeten aanpassen? Dat we het beeld van de Agora moeten laten verbrokkelen? Zodat er wél plaats is voor varkens, koeien, kippen en kalkoenen? Misschien was het voor de Oude Grieken even ondenkbaar dat de volksvergadering plots werd bijgewoond door… een vrouw.
Vlees & korstmosjes
Radicaal? Waarschijnlijk. Radicaliteit, zo lang ze verdedigbaar en ethisch te verantwoorden is, is niets om ons voor te schamen. Middelmatigheid die zich graag vermomt als maturiteit, is dat wel. Er zijn misschien een paar redenen te vinden om vlees te eten, maar in welke mate ze ethisch relevant zijn is zeer twijfelachtig. Er zijn wel een hoop goede redenen om géén vlees te eten: dieren gaan eraan dood, de aarde warmt verder op, de sociale ongelijkheid wordt in stand gehouden. Dat iedereen vlees eet, en dat altijd al, doet er niet toe. Het is geen rationele grond om het te blijven doen. Als de argumenten tegen het eten van vlees hoge loofbomen met diep verankerde wortels zijn, dan is het argument dat iedereen dat nu eenmaal doet, een korstmosje. Het plakt wel, maar je trekt het er zo af.
Uiteraard is het zinloos koeien stemrecht te geven, maar dat betekent niet dat we met hun belangen geen rekening moeten houden. Lezers van EVA Magazine - en niet alleen zij - doen dat zelfs voortdurend. Telkens iemand een stuk seitan frituurt omdat hij of zij vindt dat een biefstuk de belangen van de koe schendt, heeft de radicale vorm van democratie gezegevierd, zonder dat die koe uit haar weide werd gehaald. Zes miljard mensen en een veelvoud aan dieren, van wie geen enkel uit vrije wil naar de slachtbank zou huppelen en van wie de darmgassen het broeikaseffect versterken. Ook zonder referendum kennen we het antwoord op de vraag: verstandig handelen of lekkerbekkerij? Als democratie echt het beste middel is om geluk te genereren voor zo’n groot mogelijke groep, dan kunnen we er maar beter voor zorgen dat de ‘gemiddelde mens’ er rekening mee houdt dat dieren net zo goed een stem verdienen. Toch zal het niet lukken de dieren in de praktijk een stem te géven. De oplossing bestaat er dan ook uit om op basis van ons empathisch vermogen na te gaan wat dieren willen en wat niet. Of: doe dieren niet aan wat je zelf niet aangedaan wil worden.
Waar de ‘gemiddelde mens’ zich bevindt, wordt onder meer bepaald door de uitersten. Als er maar genoeg mensen aan de ene kant gaan staan en van zich laten horen, zal het gemiddelde automatisch opschuiven. Radicaliteit is dus niets om van weg te lopen, maar iets wat broodnodig is. Om zelf te kunnen doen wat ons ethisch gezien het beste lijkt, om anderen te tonen dat radicale keuzes ons eigen geluk niet in de weg staan, en om de miljarden dieren die het niet voor zichzelf kunnen opnemen, te sparen.En de uitspraak dat de waarheid in het midden ligt, is eigenlijk niks waard. Het is het foeilelijke riedeltje waarmee ongeïnspireerde moeders hun bekvechtende kinderen uit elkaar trekken, maar laten we toch vooral hopen dat het geen enkele voet tussen de deur krijgt in discussies waar meer op het spel staat.
Dit artikel verscheen in EVA Magazine 29, lente 2008.






