Gezondheid

PDF Print

Je bent wat je eet... Het is een gezegde dat misschien wel letterlijker kan worden genomen dan we denken. Wat we eten wordt werkelijk een deel van onszelf. Voedsel bevat de bouwstenen voor ons lichaam : water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen verzekeren onze groei en het onderhoud van onze lichaamsweefsels. Ze zijn tevens van essentieel belang voor het goed functioneren van onze cellen. Bovendien staat het bijna zo goed als vast dat onze emoties en gedachten ook beïnvloed kunnen worden door een aantal biochemische reacties binnenin onze hersenen. In dit opzicht is de invloed die onze voedselkeuze maakt op ons lichamelijk en geestelijk welzijn niet te onderschatten.

"Laat uw voedsel uw medicijn zijn en uw medicijn uw voedsel". Deze beroemde woorden van Hypocrates, de vader van de geneeskunde, herinneren ons eraan dat in het verleden voeding en medicatie nauwer met elkaar verbonden waren dan vandaag het geval is. Momenteel besteden westerse artsen slechts enkele uren van hun studie in de geneeskunde aan voeding en de mogelijke verbanden met de ontwikkeling van bepaalde aandoeningen. Artsen zijn erop getraind om veel meer aandacht te schenken aan het bestrijden van symptomen dan aan het zoeken naar de onderliggende oorzaken van een ziekte.

"Hoewel we dénken dat we er één zijn en ons gedragen alsof we er één zijn, zijn mensen van nature geen carnivoren. De dieren die we doden om op te eten, worden ons vroeg of laat fataal, want hun vlees dat cholesterol en verzadigde vetten bevat is eigenlijk niet geschikt voor menselijke consumptie. Mensen zijn van nature herbivoren."
(William C. Roberts, MD, hoofdredacteur van het 'American Journal of Cardiology')


"Wetenschappelijke gegevens wijzen op een positief verband tussen een vegetarisch voedingspatroon en een lager risiko op verschillende chronische degeneratieve ziektes en aandoeningen, inclusief zwaarlijvigheid, hart en vaatziekten, hypertensie, suikerziekte en sommige kankers.
Om volwaardig te zijn moet een vegetarisch voedingspatroon degelijk gepland worden, net zoals om het even welke andere voedingswijze.
"1

Een vegetarisch eetpatroon is mogelijks gezonder dan het traditionele eetpatroon waarmee de meesten onder ons grootgebracht werden. Onderzoek in de voorbije twintig jaar heeft duidelijk de voordelen van vegetarische voeding aangetoond en dit zowel om bepaalde aandoeningen te voorkomen als om ze te helpen behandelen. Hiertoe behoren cardiovasculaire aandoeningen, kanker, zwaarlijvigheid en suikerziekte. Bovendien hebben vegetariërs een lager risiko op galstenen2 en constipatie3. Er bestaan zwakke tot redelijke aanwijzingen dat vegetariers minder kans zouden hebben om osteoporose4, diverticulose5, nierstenen6, appendicitis7, Alzheimer8, caries9 en tanderosie10 te ontwikkelen. Sommige studies tonen ook aan dat astma en allergieën minder voorkomen bij vegetariërs11. Bij astmapatienten zou een veganistisch dieet zelfs de nood aan medicatie en de intensiteit en frequentie van de aanvallen kunnen doen afnemen12.

Vegetarisme en hart- en vaatziekten

Elk jaar sterven vier miljoen Europeanen, waarvan achthonderdduizend jonger dan 65 jaar, aan de gevolgen van hart- en vaatziekten (HVZ)13. Bovendien krijgen heel wat mensen een infarkt of een beroerte zonder dodelijke afloop. In België zijn HVZ de hoofdoorzaak van overlijden; 40 % van de sterfgevallen is hieraan te wijten14.

Hoewel er ook een verband bestaat tussen HVZ en genetische en omgevingsfaktoren, blijkt uit sommige studies dat het voedingspatroon een veel grotere rol speelt dan tot nu toe gedacht15.

Voedingsgewoonten die leiden tot een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed spelen een cruciale rol bij het risiko op HVZ. Zonder deze factor hebben andere factoren zoals hoge bloeddruk, roken, weinig beweging en diabetes een eerder kleine impact16.

De meeste studies hebben bevestigd dat verzadigde vetten, transvetzuren, voedingscholesterol en dierlijke eiwitten het cholesterol in het bloed doen stijgen17. Voedingscholesterol is voornamelijk aanwezig in dierlijke voeding maar zo goed als afwezig in plantaardige voeding.

Uit een aantal studies blijkt dat vegetariërs een veel lager risico op HVZ hebben in vergelijking met niet-vegetariërs18. Omdat een vegetarische levenswijze hand in hand gaat met een lager cholesterolgehalte19, een lagere bloeddruk20, een verlaagde kans op overgewicht21 en een kleiner risico op diabetes mellitus type II22 (de belangrijkste factoren voor HVZ) kan een dergelijk voedingspatroon een goede hulp zijn in het bestrijden van HVZ23.

Cholesterol

Cholesterol is een wasachtige stof die nodig is voor de aanmaak van hormonen, celmembranen enz. Een deel van deze cholesterol wordt aangemaakt in de lever; de rest wordt opgenomen uit dierlijke producten. Cholesterol wordt in het bloed vervoerd door eiwitten. Het complex dat hierbij ontstaat noemt men lipoproteïne. Cholesterol die deel uitmaakt van Lage Densiteit Lipoproteïnen (LDL-cholesterol) is de "slechte cholesterol", aangezien deze in de cellen wordt opgeslagen en de aderwanden kan vernauwen, wat kan leiden tot hart- en vaatziekten. De cholesterol die deel uitmaakt van de Hoge Densiteit Lipoproteïnen (HDL-cholesterol) is de "goede" cholesterol, en beschermt tegen hart- en vaatziekten door cholesterol weg te voeren van de bloedvaten, waarna hij wordt afgebroken en uitgescheiden. Een verhoogd totaal cholesterolgehalte en een te hoge LDL/HDL-verhouding worden algemeen als ongunstig beschouwd.

Vegetariërs neigen tot een hoge consumptie van gunstige substanties die het risico op CHZ en kanker verminderen. Zo kan de hogere inname van vezels in vegetarische voeding bijdragen tot een lager cholesterolgehalte in het bloed24.

Plantaardige voeding is over het algemeen rijk aan antioxidanten: onder andere de vitaminen C en E, carotenen, flavonoiden en selenium, kunnen bescherming bieden tegen LDL-cholesterol oxidatie. Ook andere substanties in planten (fytochemicalïen) kunnen de ontwikkeling van kanker en hartziekten helpen voorkomen. Een voorbeeld zijn de terpenen in citrusvruchten en kruiden zoals dille en karwij.

Er bestaan afdoende bewijzen voor het feit dat een vegetarisch voedingspatroon niet alleen nuttig kan zijn om cardiovasculaire aandoeningen te voorkomen maar ook om ze te genezen25. De Amerikaanse arts Dean Ornish heeft in revolutionair onderzoek aangetoond dat vetarme vegetarische voeding de blokkade in sommige bloedvaten ongedaan kan maken. In bepaalde gevallen was het zelfs mogelijk om hartoperaties te voorkomen26. Critici op het werk van Ornish beweren dat zijn behandeling inderdaad lijkt te werken, maar dat niet van iedereen kan verwacht worden om z'n eetgewoonten zo drastisch aan te passen. Ornish : "Ik begrijp niet waarom het drastisch zou zijn om mensen te vragen goed gebalanceerd vegetarisch te eten, terwijl het medisch gezien gangbaar is om mensen open te snijden en hen voor de rest van hun leven cholesterolverlagende medicatie te laten innemen."

Vegetarisme en kanker

In 1990 telde de Europese Unie 837.000 doden ten gevolge van kanker en ongeveer 1.300.000 kankerdiagnoses27. In België is kanker de tweede grootste doodsoorzaak, verantwoordelijk voor 30% van de sterfgevallen28, met ongeveer 40.000 slachtoffers per jaar29.

Hoewel factoren zoals roken, genetische predisposite em omgevingsfactoren een belangrijke rol in het ontstaan van kanker, krijgt het belang van de voeding dagelijks meer nadruk. Niet alleen zou voeding een grote preventieve rol spelen, maar ook bij de behandeling van kanker zouden onze eetgewoonten van belang zijn. Meer dan 100 studies wereldwijd hebben aangetoond dat het eten van fruit en groenten het risiko op kanker kan verlagen30. Onder andere bij darm-, long-, borst- en prostaatkanker wordt er een verband gelegd met voedingsfactoren31. Een vegetarisch voedingspatroon werd al vaak gelinkt aan de preventie van sommige kankers32.

Vegetarisme en zwaarlijvigheid

Niet minder dan 30% van de Belgische bevolking heeft te kampen met overgewicht, en 11% is zwaarlijvig33. Men verwacht dat tegen het jaar 2030, 60% tot 70% van de Europeanen aan overgewicht, en 40% tot 50% aan zwaarlijvigheid zullen lijden34.

Chronische ziekten die met overgewicht en vooral zwaarlijvigheid geassocieerd worden zijn: hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk, dyslipidemie, diabetes mellitus type II, galstenen, slaapapneu, osteoartritis, vetgeassocieerde kankers (voornamelijk borst-, baarmoederlichaam-, eierstok-, prostaat-, dikke darm-, en galblaaskanker), enz.

Overgewicht en zwaarlijvigheid (O&Z) zijn het resultaat van een complexe en nog niet volledig begrepen wisselwerking tussen genetische, fysiologische, gedrags- en omgevingsfactoren35. Waar vroeger de grote meerderheid van de gevallen van O&Z aan genetische factoren werd toegeschreven, bedraagt dit vandaag nog grofweg een derde36. Voordat men de oorzaak van O&Z zoekt bij erfelijkheid of andere factoren, zou men er eerst en vooral een gezonde voeding moeten op nahouden.

Hoewel er zeker zwaarlijvige vegetariërs te vinden zijn, toont onderzoek aan dat deze aandoeningen veel minder voorkomen onder vegetariërs37. Eén studie die vegetariërs vergelijkt met omnivoren rapporteert dat het gemiddelde gewicht van de vegetariërs nadrukkelijk lager was dan dat van de omnivoren, maar dat het vegetarische voedingspatroon een stuk méér calorieën aanreikte dan het niet-vegetarische38. Wanneer de calorieën van complexe koolhydraten komen, kan men meer eten zonder aan gewicht te winnen. Andere studies leggen dan weer een verband met de hogere vezelinname en de lagere inname van dierlijke vetten en alcohol bij vegetariërs39. Ten slotte kunnen ook de grotere hoeveelheden groenten en fruit in de vegetarische voeding een rol spelen. Deze zijn goede bronnen van vitaminen en mineralen, die een overdreven verlangen naar voedsel kunnen tegengaan40.

Hoewel tot op vandaag vegetarische en omnivore afslankingsdiëten niet vergeleken werden, lijkt het erop dat een vleesloos voedingspatroon kan helpen bij het voorkomen van gewichtstoename. Eén studie vergeleek jongvolwassenen op een vermageringsdieet met die op een vegetarisch dieet en rapporteert dat deze laatsten hun voedingsgewoonten veel langer konden aanhouden dan zij die het conventione vermageringsdieet volgden41.

Vegetarisme en suikerziekte

Ongeveer 4% van de Europeanen en 10% van zij die ouder zijn dan 60, lijdt aan diabetes mellitus (DM)42 of suikerziekte. In België wordt het aantal diabetes-patiënten geschat op zo'n 400.000.

Van vegetarisme is al meermaals aangetoond dat het een belangrijke rol kan spelen in de preventie en behandeling van DM, vooral van DM type II, dat goed is voor 90% van de diabetesgevallen43. Vegetariërs lopen door hun voedingspatroon minder kans op zwaarlijvigheid, en bijgevolg ook op diabetes type II. Tal van studies geven ook aan dat een vegetarisch voedingspatroon met een laag vetgehalte een positieve invloed heeft op het verloop van de ziekte44, zelfs in die mate dat medicatie en insuline-injecties in vele gevallen overbodig worden45.

Voordelen van een vegetarisch voedingspatroon

De voordelen van een vegetarisch voedingspatroon voor de gezondheid, in vergelijking met dat van een alleseter, kunnen (toch gedeeltelijk) als volgt verklaard worden:

  • De kwaliteit en hoeveelheid vetten46 die vegetariërs doorgaans gebruiken. Er bestaan sterke bewijzen dat een voedingspatroon met een laag vetgehalte, en dan vooral vegetarische voeding, het aantal natural killer cells in het bloed vermeerdert. Deze cellen maken deel uit van het immuunsysteem, en kunnen tumorcellen en bepaalde virussen helpen vernietigen47. Bevolkingsgroepen die minder vet gebruiken, tellen minder borstkankerdoden48. De invloed van erfelijkheidsfactoren in het onderzoek wordt vermeden d.m.v. migratiestudies49.
  • De verhoogde inname van groenten en fruit bij vegetariërs, in vergelijking met de inname bij alleseters. De meeste groenten bevatten "beschermende stoffen", die bepaalde vormen van kanker kunnen helpen voorkomen50. Een voedingspatroon rijk aan groenten en fruit kan eveneens osteoporose voorkomen. Er is aangetoond dat een hoge inname van eiwitten, vooral dierlijke eiwitten, de opname van calcium in het lichaam vermindert. Bovendien zijn de meeste groenten en fruit uitstekende bronnen van kalium en magnesium, die botvriendelijke mineralen zijn51. Een voedingswijze rijk is aan kalium vermindert het calciumverlies52, vermoedelijk door de alkaline aard van kalium, in tegenstelling tot de hoge zuurvormende aard van bepaalde voeding, zoals vlees, vis en kaas.
  • Plantaardige voeding bevat een aantal elementen en voedingsstoffen waarvan aangetoond is dat ze erg kankerwerend zijn, wat een verklaring kan zijn voor het minder voorkomen van kanker onder vegetariërs. Meer dan honderd studies naar eetgewoonten wereldwijd tonen aan dat een hoge consumptie van fruit en groenten het risico op kanker kan verlagen53.
  • Vezels spelen een grote rol in de gezondheid van het darmstelsel. Ze binden schadelijke stoffen zoals galzuur en potentieel kankerverwekkende stoffen en transporteren hen vlugger uit de darmen54. Ze kunnen ook het oestrogeengehalte verlagen, wat borstkanker kan helpen voorkomen55. Het is eveneens bewezen dat een vezelrijk voedingspatroon kan beschermen tegen borst-, eierstok-, baarmoederslijmvlies-, en darmkanker56. Vezels worden enkel in plantaardig voedsel gevonden, en vegetariërs hebben een veel hogere vezelinname dan omnivoren57.
  • Antioxidanten spelen een belangrijke rol in het verlagen van de kans op chronisch-degeneratieve ziekten58, zoals kanker en hartziekten59. Zo kan vitamine C beschermen tegen slokdarm-, maag-, en darmkanker60, door het neutraliseren van carcinogene stoffen. Bèta-caroteen zou kunnen beschermen tegen longkanker en andere kankers61. Ook selenium en vitamine E kunnen kanker helpen voorkomen, vermoedelijk door kankerverwekkende stoffen te ontgiften62.
  • Onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde stoffen in plantaardig voedsel, zoals vezels, plantaardige eiwitten, vitamine C en E, thiamine, riboflavine, calcium en kalium kunnen beschermen tegen Multiple Sclerose63.
  • Naast deze voedingsstoffen, kunnen andere stoffen die in plantaardig voedsel gevonden worden (fytochemicaliën) helpen bij de preventie en behandeling van bepaalde soorten kanker. Tot de bekendste behoren de "fyto-oestrogenen", met inbegrip van isoflavonoïden zoals genestein (bv. In sojaproducten) en lignanen (aanwezig in granen en groenten).
    Deze anti-carcinogene stoffen kunnen op verschillende manieren werken:
    • Ze gaan tumorvorming tegen door een verhoogde ontgifting en uitscheiding van schadelijke chemicaliën uit het lichaam. Tot deze groep behoren onder andere de coumarines - in wortelen, peterselie, pastinaak, selder, citrusvruchten - en de glucosinolaten en indolen, te vinden in kruisbloemige groenten zoals kool, spruiten, broccoli, bloemkool64.
      Het is aangetoond dat kruisbloemige groenten kankerwerend zijn65:
      • Ze vertragen de groei van kankercellen, door het voorkomen van oxidatieschade die mede verantwoordelijk is voor het ontstaan en de groei van carcinogenen. Ze verlagen ook de productie van vrije radicalen. Tot deze groep behoren sommige soorten terpenen (in karwijzaad, dille, groene koffiebonen, groene munt, essentiële oliën uit citrusvruchten, pompelmoes, zoethout en peulvruchten).
      • Ze onderdrukken en blokkeren bepaalde kankerverwekkende factoren. Vele fyto-oestrogenen zijn sterke antioxidanten en kunnen carcinogene effecten van het menselijk oestrogeen blokkeren. In deze groep vinden we de isoflavonoïden en lignanen (te vinden in sojaproducten, zoethout, lijnzaad, linzen, volle granen en peulvruchten in het algemeen) en de fenolen (in noten, fruit en groenten in het algemeen, thee, graanproducten en sojabonen).

De andere kant van een op vlees gebaseerd voedingspatroon

Vlees bevat enkele waardevolle voedingsstoffen zoals eiwitten, ijzer en vitamine B12. Aan de andere kant bevat het ook een aantal andere stoffen die niet erg wenselijk zijn voor onze gezondheid. Bovendien kunnen de waardevolle voedingsstoffen net zo goed ergens anders worden teruggevonden.
Verschillende onderzoeken steunen de idee dat een voedingspatroon met een laag vetgehalte, dat rijk is aan vezels, zoals van verschillende fruit- en groentesoorten, volle granen en bonen, sterk bijdraagt tot een optimale gezondheid66. Zo'n voedingswijze speelt een cruciale rol bij de preventie van verschillende soorten kanker en hartziekten. Het ontstaan van bepaalde kankers, zoals darm-, long-, borst- en prostaatkanker, wordt vaak in verband gebracht met ons voedingspatroon67.

Talrijke studies hebben bewezen dat:

  • Voedingscholesterol, die enkel gevonden wordt in dierlijke producten, de kans op darmkanker kan verhogen68. Vlees wordt nauwer in verband gebracht met darmkanker dan om het even welke andere factor69.
  • Vlees en vis bevatten kankerverwekkende stoffen zoals heterocyclische amines, krachtige mutagenen die gevormd worden wanner vlees of vis gegrild of gekookt wordt op hoge temperaturen. Deze stoffen zijn in grote hoeveelheden aanwezig in de urine van mensen die vlees eten. Het is aangetoond dat ze actief zijn in het menselijk metabolisme. De heterocyclische amines kunnen een rol spelen in de ontwikkeling van long-70, borst-, darm- en pancreaskanker71.
  • Er is matig tot sterk bewijs dat er een verband bestaat tussen de ontwikkeling van longkanker72, darmkanker73, prostaatkanker74, pancreaskanker75, borstkanker76, baarmoederkanker77, en de inname van vlees, dierlijk vet en dierlijke eiwitten.
  • De consumptie van zuivelproducten kan de kans op eierstok-78 en prostaatkanker79 verhogen.
  • Het lijkt er op dat een groter aantal mutagenen aanwezig is in het darmstelsel van alleseters80.
  • Het (heem) ijzer dat aanwezig is in vlees komt in het lichaam terecht of het nodig is of niet, en ondergaat niet hetzelfde proces als het natuurlijk proces in onze darmen dat ijzer uit plantaardige voeding (niet-heem ijzer) ondergaat81. Studies hebben aangetoond dat grote hoeveelheden ijzer in ons lichaam kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van degeneratieve ziekten zoals kanker en hartziekten82.
  • Dierlijke producten lijken niet echt botvriendelijk. Vlees en dierlijk eiwit in het algemeen hebben een zuurvormend effect in ons lichaam83. Gelukkig heeft het lichaam een aantal manieren om dit zuur te neutraliseren. Een van deze middelen leidt tot het onttrekken van calcium uit de botten. Onderzoekers hebben aangetoond dat, als er acidose (zuurvorming) gevormd wordt in de bloedbanen van een persoon, deze drie maal zoveel calcium verliest als in normale omstandigheden84. Het hoger gehalte aan zwavelhoudende aminozuren in dierlijke eiwitten85 is vermoedelijk de belangrijkste factor voor acidose. Bovendien draagt het hoge fosforgehalte in vlees en tot op zekere hoogte ook in melk bij tot een groter calciumonevenwicht.
  • De inname van dierlijke vetten kan leiden tot aggregatie van bloedcellen, met een vertraagde bloedcirculatie tot gevolg. Dit kan dan weer leiden tot een slechte zuurstoftoevoer naar bepaalde lichaamsweefsels, waaronder ook de hersenen86. Studies hebben aangetoond dat Multiple Sclerose minder voorkomt in overwegend vegetarische bevolkingsgroepen en verband zou houden met de inname van verzadigde vetten87.

Schadelijk stoffen uit het milieu

Ons milieu is zwaar aangetast door een aantal chemische stoffen en zware metalen, waarvan de schadelijke invloed op onze gezondheid is aangetoond. Zelfs een beperkte aantasting met chemicaliën die zich hebben opgestapeld in levende organismen, kan leiden tot een zeer hoge graad van besmetting in de lichaamsweefsels van dieren88. Om een voorbeeld te geven: in een biologisch milieu in het Ontario-meer (VS) accumuleren kleine waterorganismen zoals algen, PCB's - een endocrien verstorend organochlorine - in concentraties die honderden keren hoger liggen dan in het omringende water. Vissen die de algen eten, accumuleren nog grotere hoeveelheden, en roofvogels zoals zilvermeeuwen die aan de top van de voedselketen vis eten, krijgen de grootste hoeveelheden binnen. Het niveau van PCBs in hun eieren kan tot 25 miljoen keer hoger liggen dan het oorspronkelijke niveau in het water89. Mensen, die aan de top van de voedselketen staan (door de consumptie van koeienvlees, varkensvlees, kip, vis, melk, kaas, en eieren), kunnen nog hogere concentraties van deze biologische accumulatieve stoffen vertonen dan de dieren die ze eten.

Andere schadelijke stoffen

Verder kunnen in vlees soms ook resten van antibiotica gevonden worden. Wanneer deze door het menselijk lichaam worden opgenomen, is het effect alsof we ze zelf direct innemen. Overdosissen antibiotica kunnen "vriendelijke" bacteriën in ons lichaam vernietigen, die nodig zijn voor het verterings- en absorptieproces. Verder heeft het gebruik van antibiotica geleid tot het ontstaan van generaties van antibiotica-resistente bacteriën zoals E. Coli, Listeria, Salmonella, en Camphylobacter.

Toegevoegde hormonen in vlees (illegaal in België) kunnen in ons lichaam terechtkomen en onze eigen hormonenbalans verstoren. Ze kunnen bijdragen tot verschillende degeneratieve ziekten zoals teelbal-, borst-, en prostaatkanker90.
Zelfs zonder chemische additieven bevat vlees verschillende toxines zoals putrescine, cadaverine, ureum, urinezuur, indol, escatol (onder andere) die terechtkomen in de bloedstroom. Andere toxines worden gevormd en geabsorbeerd in de darmen, door de rotting die vlees ondergaat bij de opstapeling in de darmen. De aanwezigheid van bepaalde van deze toxines kan, zelfs in kleine dosissen, leiden tot bepaalde stoornissen in het metabolisme, interfereren in enzymatische reacties, het uithoudingsvermogen en de immuniteit verlagen, om nog maar te zwijgen van de minder onderzochte effecten die ze kunnen hebben op ons zenuwstelsel.

Naargelang een aantal mentale aandoeningen meer onderzocht worden, krijgt de wetenschap meer aandacht voor de rol van voeding in het menselijk gedrag. Sommige studies tonen aan dat bepaalde voedingsproducten het neurohormoongehalte in onze hersenen kunnen wijzigen, die op hun beurt kunnen leiden tot gemoeds- en gedragswijzigingen91. Twee stoffen, adrenochroom en adrenolutine, kunnen een psychoto-mimetische invloed hebben op mensen92, dit wil zeggen dat ze kunnen leiden tot verschillende vormen van psychische stoornissen. Ze spelen een belangrijke rol in bepaalde mentale aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer93 en schizofrenie94. Beide stoffen kunnen ook in vlees gevonden worden, en ontstaan door de afbraak van adrenaline, die op het moment van de slachting door het dier geproduceerd wordt. Er is nog weinig geweten over de rol die de inname van deze stoffen via de voeding speelt, en welke dosissen precies gemoedswijzigingen kunnen veroorzaken.

Voetnoten