Over melk, calcium en gezonde botten
Dr. Amy J. Lanou (46) geeft les over voeding, gezondheid van vrouwen, voedselbeleid en chronische ziekten aan de Universiteit van Noord Carolina Ashville (VS). Ze was vijf jaar lang directeur voedingsleer bij de Amerikaanse organisatie Physicians’ Committee for Responsible Medicine (PCRM), waar ze momenteel consultant voor is. EVA Magazine had een uitgebreid gesprek met Amy Lanou toen ze in Brussel een niet onopgemerkte lezing gaf over de rol van calcium en zuivel voor gezonde botten – een onderwerp waar ze de afgelopen jaren veel onderzoek naar deed.
EVA Magazine: Waar komt je interesse in gezonde voeding vandaan?
Amy Lanou: Mijn fascinatie met voeding begon toen ik nog heel jong was. Mijn moeder was toen het boek Sugar Blues aan het lezen. Daarin wordt beweerd dat suiker aan de basis ligt van zowat alles wat er misgaat in de wereld. Ze verwijderde prompt alle suiker in huis. Mijn interesse in voeding was gewekt en ik begon me er verder in te verdiepen.
En vegetarisme?
Ik ben ondertussen al twaalf jaar veganist, maar mijn roeping is al vroeger begonnen. Rond mijn vijftiende stopte ik met rood vlees eten. Ik nam toen deel aan loopwedstrijden en ervoer dat ik niet goed presteerde als ik de avond ervoor vlees had gegeten. Later, tijdens mijn studies voeding aan de universiteit analyseerden we in een labo ons eigen cholesterolgehalte en ik merkte dat het hoog was. Ik wou geen cholesterolremmers nemen, want die waren wel getest op mensen van vijftig maar wat ze deden met jonge vrouwen van twintig was onbekend. Ik ging dus op zoek naar een manier om mijn cholesterol te verlagen via voeding. Het duurde een paar jaar, maar uiteindelijk had ik dankzij veganistisch te eten mijn cholesterol eindelijk onder controle. Later raakte ik nog meer overtuigd van mijn zaak, toen ik meer leerde over de realiteit achter de intensieve veeteelt.
Je bent al jaren intensief bezig met onderzoek rond calcium, zuivel, en gezonde botten. Wat zijn je voorlopige conclusies?
Ik ben er niet van overtuigd dat de consumptie van zuivel voor gezondere botten zorgt. Twee derde van de huidige studies toont geen voordeel aan van zuivelinname voor de gezondheid van de botten, terwijl een derde van de studies wel op een voordeel wijst. Resultaten van onderzoek verschillen naar gelang welke data je bekijkt en hoe de studie werd uitgevoerd. Je kan bijvoorbeeld kijken naar de incidentie van botbreuk, maar ook naar botmineraaldichtheid of het botmineraalgehalte. Breuken zijn natuurlijk de duidelijkste indicator, maar ook moeilijkst om te onderzoeken. Om de calciuminname tijdens de jeugd te vergelijken met het aantal breuken op latere leeftijd, heb je studies nodig die erg lang duren en zeer duur zijn. Er zijn momenteel nog onvoldoende van die onderzoeken.
Calcium en botsterkte blijven dus omstreden onderwerpen in de voedingswetenschappen?
Zeker. Dat calcium essentieel is voor gezonde botten staat buiten kijf. Maar niemand kan precies zeggen hoeveel calcium ideaal is. Dat heeft niet alleen te maken met individuele verschillen in leeftijd, geslacht, levensstijl, enz. tussen mensen, maar ook met het verschil in de hoeveelheid calcium die effectief in ons lichaam wordt opgenomen. Blijkbaar past ons lichaam zich aan een lagere calciuminname aan door meer op te nemen. Ook andere voedingsfactoren spelen een grote rol. Ze helpen zowel met de inname als met het langer bewaren in de botten. Enkele reeds goed gekende calciumvriendelijke voedingsstoffen zijn vitamine A, D en C, ijzer, magnesium, mangaan en fosfor.
Blijkbaar zijn er grote verschillen in de calciumaanbevelingen van verschillende landen onderling, en zeker met die van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO)?
Richtlijnen voor de ideale inname van vitaminen en mineralen kunnen verschillen van land tot land, maar bij calcium is dat verschil inderdaad enorm. De uiteenlopende aanbevelingen zijn gebaseerd op studies over de calciumbalans. Die wordt bepaald door het volledige voedselpatroon. In een land waar de calciumuitscheiding en de gemiddelde zuurtegraad (Ph) in het lichaam hoog zijn (door de consumptie van veel dierlijke producten), zal de calciuminname hoger moeten zijn. Er zijn meerdere redenen waarom de aanbevolen hoeveelheid dubbel zo hoog is in de VS en westerse landen, maar al deze aanbevelingen zijn op korte termijnstudies gebaseerd die geen rekening houden met de gezondheid van de botten. Iedereen gaat ervan uit dat we osteoporose kunnen bestrijden met een hogere calciuminname, maar het bewijs daarvan is helemaal niet eenduidig. De WHO komt tot lagere aanbevelingen voor calcium omdat ze de situatie bekijkt over de hele wereld, en merkt dat daar waar de calciuminname laag is, ook de incidentie van osteoporose lager is. Dat is de zogenaamde calciumparadox.
Wat je vaak hoort is dat als je al je calcium uit plantaardige bronnen wil halen, je dan enorme hoeveelheden groenten moet eten, en dat dat dus niet mogelijk is.
Wel, je moet ook kijken naar welk deel van de ingenomen calcium daadwerkelijk wordt opgenomen. De opnamegraad van calcium uit plantaardige producten is vaak hoger. De calcium uit groene bladgroente, bijvoorbeeld, neem je voor vijftig tot zestig procent op – meer dus dan de dertig procent die je opneemt van de calcium in zuivel en supplementen. Bovendien heb je waarschijnlijk minder calcium nodig als je voeding minder of geen dierlijke producten bevat. Als je weinig dierlijke producten eet, heb je wellicht niet eens zoveel nodig, misschien maar 400 tot 500 mg. Een linzensoep, wat donkergroene bladgroenten, wat noten… en je bent er. De bottom line is: verminder je inname van dierlijke producten en eet meer plantaardig voedsel.
Hoe zit het met de mogelijke schadelijke effecten van zuivelconsumptie?
Er zijn aanwijzingen over een link tussen zuivel en sommige vormen van kanker, in het bijzonder prostaat-, eierstok- en borstkanker. Die link is ‘waarschijnlijk’, er is nog geen zekerheid. Het zou kunnen dat we zodanig hoge hoeveelheden calcium (en dus zuivel) aanraden dat er gezondheidsproblemen ontstaan, onder meer door het vet- en cholesterolgehalte van zuivel. Wat immunologische reacties betreft zitten we nog maar in een vroeg stadium van het onderzoek, maar het is wel erg belangrijk. Er zijn meer en meer kinderen met voedselallergieën. Misschien drijven we hun immuunsystemen te ver met deze lichaamsvreemde eiwitten…
En dan is er bijvoorbeeld ook nog acne. Mensen met acne stel ik altijd voor om een week of drie, vier zonder zuivel te proberen leven en te zien wat er gebeurt. Misschien raak je je huidproblemen kwijt of ben je plots niet meer allergisch aan je kat. Op een of andere manier lijkt caseïne (melkeiwit) ons immuunsysteem te agiteren.
Zijn er verschillen tussen bijvoorbeeld melk en afgeleide producten zoals kaas?
Eén van de bepalende elementen voor de botvriendelijkheid van zuivelproducten is hoe zuurvormend het product is. Door veel zuurvormend voedsel te eten wordt er calcium van de botten ontnomen om de zuurtegraad van het bloed te neutraliseren. Ook al bevatten zuivelproducten veel calcium, de calciumbalans is daarom niet efficiënt. Kaas is bijvoorbeeld dertig keer zo zuurvormend als melk. Yoghurt zit ergens in het midden. Melk doet het beter omdat het calcium en kalium bevat. Als mensen echt bezorgd zijn om de gezondheid van hun botten en toch niet klaar zijn om veggie te worden kunnen ze al beginnen met hun vlees- en kaasconsumptie te verminderen. Melk is in dat geval secundair.
Wat zou je veranderen in de cursussen voedingsleer in het hoger onderwijs?
Ik zou meer over voeding praten dan over voedingsstoffen. We zouden vooral eetpatronen moeten bestuderen, veeleer dan functionele voedingsproducten. We zouden ons meer moeten focussen op het totale plaatje in plaats van op het toevoegen van gezonde ingrediënten aan een ongezond voedingspatroon. Over het algemeen moeten we vertrekken van een op plantaardige producten gebaseerde voedingswijze als de kern, als het startpunt. En dan kunnen we onderzoeken wat het effect is van het toevoegen van verschillende dierlijke producten. Momenteel werken we echter omgekeerd.
Je doceert ook voedingsbeleid. Wat zou je veranderen aan het voedingsbeleid in de Verenigde Staten?
In de VS wordt het voedingsbeleid enorm beïnvloed door de grote landbouwbedrijven. Het departement Landbouw (USDA) stelt zowel het landbouwbeleid als de voedingsrichtlijnen op. Dat is een belangenconflict. De USDA kan onmogelijk enkel de volksgezondheid voor ogen hebben. Zij kunnen niet aansturen op een lagere vlees- of kaasconsumptie.
Dit interview verscheen in EVA Magazine 36, winter 2009.







