wrapper

Net als bij honden zegt de staart van een rund veel over de gemoedstoestand en vormt zo een belangrijk communicatiemiddel. Ze communiceren ook via geluiden en de verschillende vormen van geloei geven eveneens de gemoedstoestand weer. Koeien waarvan het kalf na de geboorte weggenomen werd, roepen soms nog verscheidene dagen om hun verloren kalf. Koeien hebben een uitstekend zicht en kunnen 320 graden in het rond zien. Hun dieptezicht is wel niet zo goed ontwikkeld. Ook het geurorgaan en het gehoor van een koe is zeer goed ontwikkeld. Ze kunnen een geur detecteren op 8 km afstand en horen beter dan de mens.

Binnen de kudde is er een hiërarchisch systeem en jongen dieren krijgen al heel snel hun plaats in de groep. Het is niet zo dat de meest dominante dieren een hogere positie verwerven. Onderzoek wees uit dat factoren zoals intelligentie, vertrouwen en ervaring in belangrijke mate meespelen in het opklimmen in de hiërarchie. Er werd ook aangetoond dat koeien vriendschappen sluiten met elkaar. Binnen een kudde kon waargenomen worden dat groepjes bestonden van een drietal dieren die steeds samen bleven, samen graasden en elkaars vacht verzorgden. Zoals andere dieren ervaren koeien sterke emoties zoals pijn en angst.

In de natuur zullen koeien meestal de kudde verlaten op het moment van de bevalling. Ze blijven dikwijls nog een aantal dagen weg voordat ze met hun kalf naar de kudde terugkeren. De band tussen de koe en haar kalf komt onmiddellijk na de geboorte tot stand. Het kalf wordt helemaal droog gelikt en vervolgens gezoogd. Kalveren zijn zoals de meeste jonge dieren erg speels. Ze spelen met leeftijdgenoten maar kunnen ook soms de hele kudde tot spel aanzetten.

Vleeskoeien

Vleesvee, zoals het Belgisch wit-blauw, moet op zo kort mogelijke tijd afgemest zijn en op die tijd zoveel mogelijk spierweefsel ontwikkeld hebben. Bijgevolg kunnen de koeien niet meer op een natuurlijke wijze bevrucht worden en bevallen gebeurt standaard via een keizersnede.

De organen van de dieren zijn onderontwikkeld en ook gewrichten en skelet zijn niet voorzien op zo’n zwaar lichaam. Tijdens de afmestperiode en buiten het weideseizoen worden ze uitsluitend op stal gehouden. Hoe minder beweging, hoe minder energie immers verloren gaat en hoe meer vlees aangezet wordt. Bovendien komen zij - net als alle andere landbouwdieren - voortijdig aan hun einde, na ongeveer 2 jaar terwijl hun normale levensverwachting 15 à 20 jaar is.

Na een stresserend transport naar het slachthuis wacht hen daar nog meer stress bij het wachten en slachtproces. Alhoewel stroomstoten verboden zijn worden ze vaak nog gebruikt bij het drijven van de dieren. Met een slagpin wordt het dier verdoofd, maar vaak gebeurt dit niet correct of slechts gedeeltelijk waardoor ze bij volle bewustzijn de keel overgesneden worden en opgetakeld worden.

In tegenstelling tot melkkoeien mogen vleeskoeien hun kalf soms bij zich houden. De melk is immers niet economisch belangrijk bij een vleeskoe. Meer en meer worden ook vleeskalveren meteen na de geboorte weggenomen zodat het vetmesten meer gecontroleerd kan opgevolgd worden.

Melkkoeien

 

Zoals ieder zoogdier geven koeien slechts melk na een zwangerschap. Om ervoor te zorgen dat de koe voldoende melk blijft produceren, wordt ze jaarlijks zwanger gemaakt. Na een dracht van 9 maanden wordt haar kalf bijna onmiddellijk na de geboorte weggenomen zodat haar melk uitsluitend voor menselijke consumptie kan gebruikt worden. De kalfjes krijgen kunstmelk te drinken. De vrouwelijke kalfjes worden net als hun moeder ingezet in de melkproductie. De stiertjes worden als ‘bijproduct’ van de melkindustrie vetgemest en geslacht om als kalfsvlees of kalfsgehakt in de rekken te belanden.

 

Een koe produceert gemiddeld 8000 liter per jaar. Dit is 2 à 3 keer zoveel als in 1950. Qua energieverbruik zouden we dit kunnen vergelijken met 8 uur per dag hardlopen. Dit is niet zonder gevolgen voor de dieren. Ze lijden aan pijnlijke ziektes zoals slepende melkziekte, klauwontstekingen, uierontsteking en vruchtbaarheidsstoornissen.

 

Een koe krijgt haar eerste kalf als ze ongeveer 2 jaar oud is. Vervolgens krijgt ze ieder jaar een kalf om de melkproductie op gang te houden. Koeien die dit hoge tempo niet kunnen bijhouden worden ‘slijters’ genoemd en worden op de leeftijd van 3 of 4 jaar geslacht. Een gemiddelde melkkoe wordt tegenwoordig 6 jaar oud terwijl dit vroeger tien jaar was. Een koe kan in natuurlijke omstandigheden twintig jaar oud worden.

 

Koeien zijn van nature graseters maar door het doorfokken van bepaalde rassen worden dieren bekomen die de wisselende samenstelling van gras niet meer kunnen verwerken. Ze worden dus letterlijk ziek van gras en lijden zo het hele jaar door aan diarree.

 

Ongeveer tachtig procent van de melkkoeien komt ’s zomers nog in de wei, maar dit aantal neemt snel af omdat het voor de boer rendabeler is de koeien op stal te houden. Koeien die op stal blijven hebben veel vaker last van ontstekingen aan de poten en uiers.

 

Koeien geven momenteel 10 keer zoveel melk als in natuurlijke omstandigheden en dit praktisch hun hele leven lang. Een van de zwaarste neveneffecten hiervan is dat koeien hierdoor heel veel calcium verliezen. Veel melkkoeien lijden aan gewrichtsproblemen en ontstekingen ten gevolge hiervan. Sommigen kunnen soms amper lopen op het moment dat ze naar het slachthuis gaan.

 

Kalfjes

Tot de leeftijd van 6 à 8 maanden worden jonge runderen kalveren genoemd. Afhankelijk van de soort koe worden kalveren verschillend behandeld. Vleeskalveren blijven meestal bij hun moeder en drinken ook aan de uier. Soms worden ze zelfs in de velden groot gebracht. De kalveren van melkkoeien zijn eigenlijk het ‘bijproduct’ van de melkindustrie. Om de melkproductie van de koe op gang te houden worden ze jaarlijks zwanger gemaakt. Het kalfje wordt onmiddellijk na de geboorte van de moeder weggenomen zodat de melk volledig naar de menselijke voedselketen kan gaan. Na de eerste biestmelk gedronken te hebben, krijgt het kalfje kunstmelk die bestaat uit een cocktail van plasma-eiwitten, mineralen,….

 

Kalfjes van melkkoeien werden tot voor kort in kleine houten kratten opgesloten, vastgebonden aan een ketting (zogenaamde kistkalveren). In deze kratten hadden ze geen bewegingsvrijheid waardoor hun spierweefsel onderontwikkeld bleef. Dit en het ijzerarm dieet waarop ze vetgemest werden en dat bloedarmoede veroorzaakte, zorgden ervoor dat het vlees wit bleef. Door de vezelarme voeding leden ze bovendien aan chronische diarree en uitdroging. Ze kregen ook nauwelijks licht te zien en er was geen contact met soortgenoten. Vele kalveren stierven nog voor ze in het slachthuis aankwamen. Volgens Europese richtlijnen zijn deze praktijken en het vastleggen van kalveren aan een ketting verboden. Kalveren moeten vanaf de leeftijd van twee weken in groep gehuisvest worden zodat er een minimum aan sociale ontwikkeling mogelijk is. Ze moeten ook een minimum aan bewegingsruimte krijgen en een dieet krijgen met voldoende ruwvoer en met een minimum aan ijzer. Toch blijft mals wit kalfsvlees nog steeds gegeerd door de consument waardoor veel kalveren nog steeds anemisch gehouden worden en in landen buiten de EU is het houden van kistkalveren nog steeds legaal.