wrapper

Hoe ze werkelijk zijn

In natuurlijke omstandigheden zouden zeugen hun hele leven samenleven met hun biggen in hechte groepsverbanden. De beren (de mannelijke varkens) zijn veel onafhankelijker en blijven een beetje op afstand van de groep. Ruim voor de bevalling zoekt een zeug een geschikte locatie om haar nest te bouwen. Hiervoor legt ze soms een afstand van tien kilometer af. Vervolgens zoekt ze nestmateriaal bij elkaar. De bouw van haar nest kan soms tien uren duren. Na de geboorte blijft de zeug gedurende twee weken met haar biggetjes in het nest. Daarna keren ze samen terug naar de rest van de groep. Spelenderwijs leren biggetjes vechten, jagen en hun omgeving verkennen. De jonge dieren raken steeds meer geïntegreerd in de groep en vinden hun plaats binnen de sociale rangorde. Na 12 weken zijn ze gespeend en kunnen ze volledig overschakelen naar vast voedsel. De snuit van een varken is erg gevoelig, zowel voor wat de geur als de tastzin betreft. De dieren scharrelen hun voedsel bij elkaar door met hun snuit in de grond te wroeten. Varkens zijn alleseters en eten wortels, fruit en paddenstoelen, maar ook slangen en knaagdieren. Doordat het lichaam van een varken net zoals bij andere zoogdieren voor de helft tot tweederde uit water bestaat, vormt water het belangrijkste onderdeel van hun dieet. Varkens leren voedsel te vinden door elkaar te observeren. Het is van belang dat biggetjes dicht bij hun moeder blijven om zo te leren wat eetbaar is en waar ze hun voedsel kunnen vinden. De taal van het varken bestaat uit meer dan ‘knor knor’ en ze kennen ongeveer veertig verschillende geluiden. Ook de lichaamshouding van een varken is net zoals bij de mens een belangrijk communicatiemiddel.

Intelligenter dan honden

Er werd reeds heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht naar de intelligentie van dieren en ook varkens werden uitvoerig bestudeerd. Hun genoom zou in belangrijke mate overeenkomen met het menselijk genoom. Volgens een Brits onderzoek zouden varkens qua intelligentie op de vierde plaats staan na de mens, de mensaap en de dolfijn/walvis. Varkens zijn in staat om tot dertig andere varkens te herkennen en van elkaar te onderscheiden. Ze begroeten elkaar via neus aan neus contact of door de ander te krabben (‘grooming’).Het zijn echte gemeenschapsdieren die elkaars aanwezigheid erg op prijs stellen en het liefst samen in een nest slapen.

De mannelijke biggen zijn vaak onafhankelijker en gaan verder van de moeder slapen maar de vrouwelijke biggen blijven als ze daar de kans toe krijgen steeds dicht bij de moeder in het 'ouderlijk' nest.

Varkens worden ten onrechte als onreine dieren afgeschilderd. Biggen zijn al na een week zindelijk en als ze de mogelijkheid krijgen, zullen ze hun behoefte doen ver van de plaats waar ze eten en slapen. Zelfs in het midden van de nacht verlaten ze voorzichtig het nest om hun behoefte ver daarvandaan te doen. Vervolgens nemen ze hun plaatsje weer in tussen de andere leden van de groep. Varkens kunnen niet zweten en zijn zeer gevoelig voor hitte. Om af te koelen rollen ze zich in de modder en op deze manier raken ze ook af van vervelende parasieten zoals luizen of vlooien. Bovendien zorgt de modder een prima bescherming tegen felle zon. Want de huidige bio-industrievarkens hebben in tegenstelling tot hun voorouders geen donkere behaarde huid meer die een natuurlijke bescherming bood.

Meer varkens dan mensen

Tijdens de zogenaamde ‘meitelling’ in 2013 telde België 6.2 miljoen varkens. Het aantal varkensbedrijven in België daalt ieder jaar maar de bedrijfsgrootte neemt toe. Een gemiddeld varkensbedrijf telt 1848 varkens.

 

In 2015 werden er in België 11,8 miljoen varkens geslacht. Ondanks een dalende consumptie van vlees (8%), en vooral dan van runds- en varkensvlees, wordt nog steeds ingezet op meer productie voor export. Tussen 2001 en 2011 werd 28% meer varkensvlees geproduceerd.

 

In veel landen van de Europese unie is er sprake van een daling van het aantal varkens maar in andere landen zoals Nederland, Spanje en Duitsland is er dan weer een toename. In december 2010 telde de Europese Unie iets minder dan 152 miljoen varkens,wat een lichte daling is ten opzicht van de voorgaande jaren.

Het leven van een zeug

In de intensieve veeteelt werden zeugen tot voor kort heel hun leven in zeugenboxen gehouden waar ze op een betonvloer stonden en nauwelijks bewegingsruimte kregen. Sinds 2013 is daar verandering in gekomen voor Europese varkens.

 

Tussen de drachten en zoogperiodes in, moeten ze nu verplicht gehuisvest worden in groepsstallen, waar er wel contact mogelijk is met soortgenoten en waar ze wel meer bewegingsruimte hebben. Omdat varkens zoveel mogelijk vlees moeten opbrengen op een zo kort mogelijke tijd werd door middel van genetische selectie een ras ontwikkeld dat heel snel spieren aanzet. De botten en gewrichten kunnen de snelle groei en het hoge gewicht niet dragen en volwassen dieren krijgen te kampen met ontstekingen, vervormingen enz. De zeugen worden constant op een hongerdieet gehouden om deze klachten te proberen beperken. Mochten ze voeding à volonté ter beschikking krijgen dan zouden ze te zwaar worden en nog meer klachten krijgen. Het gebrek aan beweging maakt hen echter nog kwetsbaarder.

 

Twee weken voor de bevalling worden de zeugen naar speciale kraamboxen gebracht. Ze kunnen daarin maar één stap voor- of achteruit zetten of soms kunnen ze zelfs alleen maar neerliggen. Na de bevalling worden de zeugen klem gezet tussen twee stangen, waarbij ze zich niet kunnen omdraaien of hun biggetjes verzorgen. Dit gebeurt opdat de moederdieren hun biggen niet zouden dooddrukken ten gevolge van het ruimtegebrek. 13,8 percent van de biggen sterft nog voor ze naar de afmestingsstallen verhuizen.
Er zijn nog steeds veel relatief kleine bedrijven ook al dalen deze snel in aantal, maar toch leeft het merendeel van de varkens op de grotere bedrijven. Hetzelfde patroon geldt voor de zeugen.