Vlees zonder slachten

wrapper2

wrapper

De smaak, textuur en sappigheid van vlees, maar dan zonder het dierenleed, de gezondheidsrisico’s en de klimaatkost. Dat is in een notendop wat dé voedselrevolutie van de eeuw belooft: kweekvlees. En die revolutie is niet eens zo ver weg: verschillende spelers in de ‘clean meat’ industrie maken zich op om in de nabije toekomst onze supermarkten te veroveren.

Hoe maak je het?
Kweekvlees is écht vlees, met net dezelfde samenstelling als het vlees dat je verkrijgt door een koe, varken of kip te slachten. Alleen hoef je er geen dier voor te doden. Het volstaat om enkele stamcellen te verzamelen van een levend dier en die te laten vermenigvuldigen in een labo.

Zulke stamcellen worden bijvoorbeeld gewonnen via een biopt uit spierweefsel van een zoogdier. Soms kan het zelfs nóg eenvoudiger: door cellen te nemen die aan de basis van afgevallen vogelveren blijven hangen. Dan komt het erop neer om de geoogste spierstamcellen te stimuleren om zich te veelvuldig te delen, door ze in het lab de nodige voedingsstoffen te geven en ze met elektrische pulsen te trainen tot échte spieren. Dat gebeurt in grote bioreactoren, vergelijkbaar met de ketels waarin bier gebrouwen wordt.

Bovenstaand proces leidt tot zuiver spiervlees dat bestaat uit niets meer dan eiwitten. Om een echte vleessensatie te krijgen, moeten er aan die spieren nog vetten en andere hulpstoffen toegevoegd worden. Bovendien oogst je gekweekte spiervezels uit een bioreactor als losse rafels, die nog enkele bewerkingen moeten ondergaan vooraleer ze op vlees beginnen te lijken. Daarom zullen de eerste kweekvleesproducten vooral bewerkt vlees omvatten, zoals gehakt, worst of nuggets. Op een malse biefstuk of een kippenborst is het nog wat langer wachten.

Strijd om duurzaamheid
Zoals dat met elke innovatie gaat, zijn er nog wel wat obstakels te overwinnen alvorens het productieproces van kweekvlees over de ganse lijn duurzaam te noemen is. Zo worden cellen in laboratoria traditioneel gekweekt met voedingsstoffen uit foetaal kalfsserum, een goedje dat gehaald wordt uit het bloed van ongeboren kalveren (een restproduct van runderslachterijen in landen waar koeien en stieren vrij op het land grazen). Gelukkig zijn er ondertussen al enkele veelbelovende cases beschreven met diervrij voedingsmedium, een belangrijke voorwaarde om duurzaam (en veggie-proof) kweekvlees te kunnen produceren. Voorlopig is dat medium nog erg duur, maar onderzoekers zijn er zeker van dat schaalvergroting en optimalisering van het productieproces de toekomstige prijs voldoende zullen drukken.

Als het kalfsserum-probleem eenmaal van de baan is, kan je met een minimum aan dierlijke cellen een maximum aan diervrij vlees kweken. Met een biopt van één koe kan je in theorie 220 miljoen hamburgers kweken. En dat op slechts enkele maanden tijd, terwijl de slachtleeftijd van een doorsnee koe 14 tot 24 maanden bedraagt (de tijdswinst is nog groter als je ook de dracht van 9 maanden erbij telt). Bovendien levert het productieproces van kweekvlees enkel hoogwaardig spiervlees op, zonder de minder populaire restproducten zoals kop, poten en ingewanden.

En er is nog meer goed nieuws. Om 1 calorie regulier rundvlees te maken heb je 23 calorieën aan veevoeder nodig, bij kweekvlees streven onderzoekers naar een ratio van 3 op 1. De enorme oppervlakte aan landbouwgrond die nu gebruikt wordt door de vleesindustrie, zal bij een omschakeling naar kweekvlees broodnodig zijn om de alsmaar groeiende wereldbevolking te kunnen voeden.

Wie wil het eten?
Wie nu al grotendeels plantaardig eet, zit misschien niet te wachten op diervrij vlees. Maar voor de miljoenen mensen die vlees niet kunnen laten en toch inzitten met dierenleed, hun gezondheid en de planeet, kan kweekvlees een welkome oplossing bieden. Initieel verwachten vleeskwekers nog wel wat scepsis, omdat het kunstmatige proces mensen mogelijk afschrikt. Maar wanneer ze kunnen bewijzen dat hun product gezonder, even lekker én goedkoper is dan het dierlijke equivalent, zullen consumenten al snel overstag gaan. Wat is er immers ‘natuurlijk’ aan een industriële stal boordevol kippen of varkens die zo snel mogelijk tot hun slachtgewicht opgefokt worden?

Een bijkomend voordeel is dat kweekvlees gewoonweg veel veiliger is dan regulier vlees. Geslacht vlees bevat altijd resten van fecale bacteriën, waardoor het niet lang houdbaar is en met grote omzichtigheid bewaard moet worden. Kweekvlees wordt in een steriele omgeving gemaakt en heeft dat nadeel dus niet. Strikt gezien zijn er zelfs geen antibiotica nodig om spiercellen op te kweken.

Wat kost het?
Aan de allereerste hamburger van kweekvlees hing een kostenplaatje van meer dan €300.000. Daar was dan ook een heleboel duur pioniersonderzoek aan voorafgegaan. Grote namen uit de tech-wereld die geloven in een betere toekomst, zoals Bill Gates, Richard Branson en Sergey Brin, geven jonge kweekvlees-start-ups dan ook maar wat graag een financiële boost. Maar ook minder voor-de-hand-liggende bedrijven springen mee op de kar. Zo zien bijvoorbeeld Cargill - één van de grootste vleesproducenten ter wereld - en Tyson Foods - de grootste vleesverwerker van de VS - het nut in van een alternatieve eiwitproductie en hebben ze mee hun schouders gezet onder de kweekvleesrevolutie.

Ondertussen is het productieproces al een pak goedkoper, maar er is nog werk aan de winkel. Vermoedelijk zal het eerste vermarkte kweekvlees rond de €60/kg kosten, beduidend meer dan regulier vlees. Hoe groter de schaal waarop het geproduceerd wordt, hoe goedkoper het slachtvrije vlees zal worden.

Kan het ook plantaardig?
Ook in de nepvleessector zit men niet stil: vleesvervangers op plantaardige basis worden een steeds betere kopie van hun dierlijke tegenhanger. De Beyond Burger, de Impossible Burger en de producten van de Vegetarische Slager komen héél dicht in de buurt van echt vlees en dat zonder één dierlijke cel te gebruiken. Hun productieproces is eenvoudiger omdat ze rechtstreeks met plantaardige eiwitten werken. Daardoor kunnen ze veel makkelijker op grote schaal produceren, waardoor de prijs betaalbaar blijft.

Een ander veelbelovend alternatief voor dierlijke producten, wordt geproduceerd via gemodificeerde gist of bacteriën. Die eencellige organismen worden geherprogrammeerd om dierlijke eiwitten aan te maken, die te vinden zijn in o.a. bloed, melk, eieren en gelatine. Ook dat productieproces is veel eenvoudiger dan dat van kweekvlees. We gebruiken het bijvoorbeeld al lang om microbieel stremsel te maken, zodat er geen stremsel uit kalvermaagjes meer nodig is om kaas te maken. Kanttekening hierbij is wel dat er (in tegenstelling tot bij kweekvlees) GGO’s nodig zijn om zulke producten aan te maken, hoewel die niet meer aanwezig zijn in het eindproduct.

‘Eet vlees, geen dieren’
Die leuze van Paul Shapiro in zijn boek ‘Nooit meer slachten’ vat de voedselrevolutie van de toekomst mooi samen. Producenten verwachten in 2021 het eerste slachtvrije vlees in onze winkelrekken. Tot die tijd kan je bij ons al proeven van net echte, plantaardige alternatieven, tot ‘bloedende’ hamburgers toe. Nog een paar jaar en er is écht geen reden meer om dieren te slachten.

Bronnen:
Boek: Nooit meer slachten (Paul Shapiro, 2018)
Artikel: De race om kweekvlees (Wim Swinnen, EOS Special voeding 2018)
Artikel: Eet vlees, geen dieren (Han Renard, Knack nr. 11, 2019)
Artikel: Steak van eigen kweek - de grootste voedselrevolutie (Marc Van Springel, Humo nr. 4098, 2019)

09/05/2019

Verticale tabs